Visie Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie betreffende de productie van isotopen voor brachytherapie door de Hoge Flux Reactor in Petten Speciaal

Visie Nederlands Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie betreffende de productie van isotopen voor brachytherapie door de Hoge Flux Reactor in Petten

 

Brachytherapie is een onderdeel van radiotherapie en wordt gegeven met inwendige radioactieve bronnen. Dit kan met radioactieve zaadjes en met afterloaders. Voor de afterloaders is radioactief Iridium noodzakelijk. Dit kan alleen in een hoge flux reactor gemaakt worden, niet met een cyclotron oid. Er zijn drie leveranciers van Iridium voor brachytherapie afterloaders in de wereld (in NL, US en België). De HFR in Petten verzorgt minimaal 1/3 deel van de Iridiumbronnen voor afterloaders in de wereld, in Europa is dat aandeel om geografische redenen hoger. De huidige capaciteit van de twee leveranciers naast NL is onvoldoende om in de behoefte te voorzien, dit geldt al helemaal als onverhoopt een probleem in de productie ontstaat zoals dat recent in Petten heeft plaatsgevonden. Totaal zijn er ca 3600 Iridium afterloaders in de wereld in gebruik (bron: Elekta en Varian = 90% van de wereldmarkt).

 

Er zijn in Nederland in 2015 2794 brachytherapie applicaties gegeven waarvan 1724 met 24 stuks Iridium-afterloaders (bron: jaarlijkse enquête NVRO). Dit betreft vooral vrouwen met gynaecologische tumoren maar bijv. ook mannen met (recidief-) prostaatkanker en kinderen. Brachytherapie wordt gegeven omdat het de hoogste genezingskans heeft en minder bijwerkingen dan het alternatief: alleen uitwendige bestraling.

 

Vrouwen met gynaecologische tumoren:
Er zijn in Nederland ca. 700 baarmoederhalskankerpatiënten per jaar (bron: IKNL) waarvan de helft iridium brachytherapie krijgt (350 patiënten), 1900 baarmoederslijmvlies (endometrium) kanker patiënten per jaar waarvan 35% Iridium brachytherapie krijgt (=665 patiënten), ca. 50 vaginacarcinoompatienten die Iridium brachytherapie nodig hebben.
Voor baarmoederslijmvlieskanker (endometrium) geldt dat brachytherapie en het alternatief: uitwendige bestraling, gelijke kans op genezing hebben maar dat uitwendige bestraling meer bijwerkingen zoals urine incontinentie, pijn bij vrijen en darmcomplicaties geeft. Voor baarmoederhalskanker (cervix) en de 50 patiënten met vaginacarcinoom geldt dat het vervangen van brachytherapie door uitwendige radiotherapie ca. 20% minder kans op overleven biedt naast de ook bij endometrium genoemde toename in bijwerkingen (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23849695,  http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24411631, http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10098431)

 

Wegvallen van Iridium voor afterloading brachytherapie geeft dan 1065 Nederlandse gynaecologische patiënten met meer bijwerkingen en 0.2x(350+50=400)= 80 extra dode vrouwen per jaar.
Op wereldschaal is dat getal door hogere incidentie van baarmoederhalskanker hoger, conservatief geschat, naar rato van het aantal apparaten, betekent dit (((3600/3)/24)x80) 4000 extra dode vrouwen per jaar.

 

Voor prostaatkanker betreft het vooral een vermindering van bijwerkingen conform genoemd bij patiënten met endometriumkanker.
Weinig kinderen in Nederland hebben brachytherapie nodig, door de lange levensverwachting zijn echter vooral de mindere bijwerkingen een (groeistoornissen, cognitieve stoornissen, hormonale stoornissen) van groot belang.
De NVRO is van mening dat de continuïteit van productie van voor brachytherapie noodzakelijke isotopen ook in de toekomst gewaarborgd dient te blijven. Op dit moment is de productie van isotopen in Nederland noodzakelijk om aan de behoefte te voldoen.

 

Coen Rasch, voorzitter NVRO, december 2016